De energietransitie vraagt niet alleen om warmte maar ook koeling
Als we in Nederland praten over de energietransitie in de gebouwde omgeving, gaat het al snel over verwarmen. Hoe krijgen we woningen van het aardgas? Welke duurzame warmtebronnen zijn beschikbaar? En hoe maken we onze gebouwen klaar voor de winter?
Maar door steeds warmere zomers wordt de andere kant van het vraagstuk minstens zo relevant: hoe houden we onze gebouwen comfortabel koel?
Nederlanders kunnen veel comfortabeler hittegolven doorstaan, door te investeren in groen in de wijk, zonwering, ventilatie en koelte uit de bodem. Dat blijkt uit onderzoek van Common Futures.

Steeds meer woningen krijgen airconditioning
Nederlandse zomers worden warmer en het aantal zomerse dagen neemt toe. Vooral in stedelijke gebieden kan de temperatuur door het hitte-eilandeffect flink oplopen.
Het gevolg is zichtbaar in onze woningen. Momenteel heeft naar schatting ongeveer een kwart van de Nederlandse woningen airconditioning. Richting 2030 kan dit volgens de in het rapport aangehaalde prognoses oplopen tot ongeveer de helft van alle woningen.
Op zichzelf is de behoefte aan verkoeling logisch. Maar wanneer miljoenen individuele airconditioners tegelijkertijd elektriciteit vragen, ontstaat een nieuw vraagstuk voor ons energiesysteem.
Dat gebeurt bovendien juist op momenten waarop veel mensen tegelijkertijd willen koelen. Tijdens enkele zeer warme dagen in de zomer van 2025 werd volgens het onderzoek al een hitte gerelateerde piek van circa 1,8 GW in het Nederlandse elektriciteitsverbruik zichtbaar.
Koeling wordt daarmee ook een netvraagstuk
De elektrificatie van onze energievoorziening vraagt al veel van het elektriciteitsnet. Elektrische auto's, warmtepompen, bedrijven en andere toepassingen concurreren op steeds meer plekken om de beschikbare netcapaciteit. Daar komt de groeiende koelvraag bij.
Het rapport wijst bovendien op een interessante ontwikkeling: veel vaste airconditioners worden niet alleen gebruikt om 's zomers te koelen, maar ook om 's winters te verwarmen. Daarmee kunnen deze systemen zowel tijdens warme zomerdagen als tijdens koude winterdagen bijdragen aan pieken op het elektriciteitsnet.
Alleen méér elektrische koelapparatuur installeren is daarom niet vanzelfsprekend de beste oplossing.
Eerst voorkomen dat een gebouw te warm wordt
Een belangrijke boodschap uit het onderzoek is dat we de koelvraag zoveel mogelijk moeten beperken voordat we actief gaan koelen.
Denk aan vergroening van de omgeving, bomen en schaduw, goede buitenzonwering en effectieve nachtventilatie. Het rapport laat bijvoorbeeld zien dat buitenzonwering een zeer effectieve manier is om de temperatuur in woningen te beperken. Pas daarna komt actieve koeling in beeld.
Die volgorde is belangrijk. Iedere kilowattuur koeling die we niet hoeven op te wekken, hoeft immers ook niet door een installatie te worden geproduceerd of via het elektriciteitsnet te worden geleverd.
Warmte en koeling als één energiesysteem
Voor ons zit juist hier een belangrijke kans.
Wanneer we gebieden, gebouwen en energiesystemen toekomstbestendig ontwerpen, zouden warmte en koeling niet als twee afzonderlijke vraagstukken moeten worden beschouwd. Ze zijn twee kanten van dezelfde energieopgave.
Technieken zoals warmte-koudeopslag (WKO), bodemenergiesystemen en lage- en zeerlagetemperatuurnetten maken het mogelijk om veel slimmer met warmte én koude om te gaan. Warmte die op het ene moment of op de ene plek beschikbaar is, kan worden opgeslagen of elders worden benut. Hetzelfde geldt voor koeling.
Daarmee ontstaat een energiesysteem waarin bronnen, opslag en gebruikers veel beter op elkaar kunnen worden afgestemd.
De warmtetransitie is óók een koudetransitie
Gemeenten werken de komende jaren aan hun warmteprogramma's en vastgoedeigenaren maken plannen voor de verduurzaming van hun gebouwen. Het rapport van Common Futures laat zien waarom het verstandig is om daarbij niet alleen naar de winter te kijken.
Want een gebouw dat in januari duurzaam verwarmd kan worden, maar in juli grote hoeveelheden elektriciteit nodig heeft om comfortabel te blijven, is nog niet vanzelfsprekend toekomstbestendig.
De uitdaging is daarom breder: hoe creëren we het hele jaar door een comfortabel binnenklimaat met zo min mogelijk energie en belasting van het elektriciteitsnet?
Door warmte, koude, opslag en infrastructuur vanaf het begin integraal te bekijken, kunnen we oplossingen ontwikkelen die niet alleen duurzaam zijn, maar ook bijdragen aan een robuuster energiesysteem.




